Bouwteamwoning
Duurzaam en energiezuinig: dat klinkt duur! Toch hoeft dat niet zo te zijn. Veel ingrepen maken het bouwen of verbouwen goedkoper en besparen direct energie. Andere keuzes verhogen de bouwkost maar betalen zich op termijn terug en leveren een groter comfort. Andere maatregelen betalen zich nooit terug maar verhogen het comfort en zijn goed voor het milieu.
Wij zijn snel weer Online:
Verklarende woordenlijst
Atmosferische ketel: Een verbrandingsketel waarbij de verbrandingslucht uit de woning zelf wordt onttrokken, de verbrandingskamer is niet hermetisch afgesloten van de woonruimte.
Balansventilatie: Een ventilatiesysteem dat de hoeveelheid aangevoerde lucht steeds in balans brengt met de hoeveelheid afgevoerde lucht.
Beschermd volume: Het woonvolume dat de werkelijk bewoonde en verwarmde vertrekken omvat, dus meestal zonder garage, kelder, zolder. Isolatie en luchtscherm worden geplaatst in de scheidingswanden tussen het beschermd volume en de rest van de woning of van de buitenomgeving.
Cellulose: Isolatiemateriaal vervaardigd uit vlokken van gerecycleerd papier.
Condensatieketel: Een verbrandingsketel op olie of gas die de extra condensatiewarmte uit de rookgassen onttrekt om zo het rendement te verhogen (met 6 tot 10 %).
E-peil: Een getal dat diverse gebouwelementen beoordeelt op hun invloed op het globale energieverbruik van de woning (isolatie, ventilatie, ketelrendement, warmwatertoestel,…) Wettelijk moet dit cijfer minder bedragen dan 100 vanaf 2006.
Energieprestatieregelgeving: Nieuwe Vlaamse wetgeving die in voege treedt vanaf 1 januari 2006 en richtlijnen vastlegt om het energieverbruik en het comfort in woningen te verbeteren. De K-peil eis K-45, de E-peil eis E-100 en ventilatievoorzieningen voor nieuwe woningen maken hiervan deel uit.
FSC-label: FSC staat voor Forest Stewardship Council, een internationale onafhankelijke non-profitorganisatie die streeft naar een wereldwijd verantwoord bosbeheer. Hout dat het FSC-label draagt is afkomstig is uit verantwoord beheerde bossen. Het label kan op het hout aangebracht zijn, maar dit is niet verplicht. In dat geval moet het minstens op de factuur vermeld staan.
Gesloten ketel: Een verbrandingsketel waarbij de verbrandingslucht niet uit de woning zelf wordt onttrokken maar rechtstreeks van buiten, de verbrandingskamer is hermetisch afgesloten van de woonruimte.
Glaswol: Isolatiemateriaal van minerale oorsprong, bestaat voor 70% uit recyclageglas.
Geëxpandeerde kleikorrels: Isolatiemateriaal van minerale oorsprong, vooral gebruikt in vloeren en isolerende betonblokken.
Geëxpandeerd polystyreen (EPS): Kunststof isolatiemateriaal, ook gekend onder de naam piepschuim of isomo.
Geëxtrudeerd polystyreen (XPS): Kunststof isolatiemateriaal.
Hennepwol: Nagroeibaar en biologisch afbreekbaar isolatiemateriaal.
Houtvezelisolatie: Nagroeibaar isolatiemateriaal, met als grondstof resthout (spint en schors). Met stoom wordt het aanwezige hars (lignine) omgezet in bindmiddel, en worden alle voedingsstoffen voor houtaantasters uit het hout verwijderd. Hierdoor dienen geen boraten te worden toegevoegd.
HR : Een kwaliteitslabel dat wordt toegekend aan hoogrendements gasketels en dat betrekking heeft op het rendement en op de uitstoot van schadelijke rookgassen.
HR-top: Een kwaliteitslabel dat wordt toegekend aan condenserende gasketels en dat betrekking heeft op het rendement en op de uitstoot van schadelijke rookgassen.
Kamerthermostaat: Een instelbare temperatuurregelaar, in de voornaamste kamer opgehangen, die de verwarmingsinstallatie aanstuurt. Is eventueel uitgevoerd als klokthermostaat om op verschillende tijdstippen verschillende temperatuurinstelling toe te laten.
Koudebrug: Een onderbreking in de isolatieschil in de woning waar het isolatieniveau slechter is dan de omringende isolatie. Voorbeelden zijn: dorpels onder ramen, aansluitingen met terrassen, afwezigheid van isolatie bij de overgang van muur naar dak. Een koudebrug zorgt voor extra warmteverlies en mogelijk vochtproblemen.
K-peil: Een getal dat diverse gebouwelementen beoordeelt op hun invloed op het globale isolatieniveau van de woning (isolatie, koudebruggen, compactheid,…) Wettelijk moet dit cijfer minder bedragen dan 45 vanaf 2006 (momenteel nog 55).
Kunststofplaten: Verzamelnaam voor isolatiematerialen vervaardigd uit aardoliederivaten, onder meer geëxpandeerd polystyreen (EPS of piepschuim), geëxtrudeerd polystyreen (XPS), polyurethaan (PUR).
Lambda-waarde (l in W/mK): materiaaleigenschap die aangeeft hoe goed het materiaal de warmte geleidt, dan wel tegenhoudt. Materialen met een lambda-waarde lager dan 0.065 worden als isolerend aanzien (polystyreen, minerale wol, papiervlokken, …..).
Luchtdichtheid: De luchtdichtheid van een woning geeft aan hoeveel kieren en spleten aanwezig zijn waardoor koude buitenlucht in de woning geraakt of warme lucht uit de woning ontsnapt. Gebrek aan luchtdichtheid zorgt voor verkeerde ventilatie, extra warmteverlies en soms condensatieproblemen in isolatie. Voorbeelden van luchtlekken zijn: kieren aan ramen en deuren, rolluiken, zolderluik of kelderdeur, brievenbus,…
Minerale wol: Isolatiemateriaal van minerale oorsprong. Dit kan glaswol of rotswol zijn.
n50-waarde: De luchtdichtheid van een woning kan worden gemeten en uitgedrukt in n50-waarde: het aantal maal dat de lucht in een woning per uur wordt gewisseld bij een drukverschil van 50 Pa (opgewekt met een grote ventilator die in de deur wordt geplaatst, daarom ook Blower Door test genoemd. De gemiddelde Vlaamse woning heeft een luchtdichtheid van 8 x per uur, goede luchtdichtheden situeren zich rond 3 tot zelfs 1 per uur.
Optimaz: Een kwaliteitslabel dat wordt toegekend aan hoogrendements-stookolieketels en dat betrekking heeft op het rendement en op de uitstoot van schadelijke rookgassen.
Optimaz-elite: Een kwaliteitslabel dat wordt toegekend aan condenserende stookolieketels en dat betrekking heeft op het rendement en op de uitstoot van schadelijke rookgassen.
Polyurethaan (PUR): Kunststof isolatiemateriaal, geelkleurig en met een gesloten cellenstructuur.
Rotswol: Isolatiemateriaal van minerale oorsprong, gewonnen uit diabaas, basalt, kalksteen en aardgas.
Stand-by verbruik: het elektriciteitsverbruik van een toestel terwijl het is uitgeschakeld maar de stekker nog insteekt. Vele toestellen met afstandsbediening verbruiken nog een beetje elektriciteit in uitgeschakelde stand, maar wel gedurende het gehele jaar door.
U-waarde (in W/m²K): Eigenschap van een wand (muur, dak, vloer, schrijnwerk) die aangeeft hoe goed die wand warmte of koude doorlaat. Goede U-waarden voor wanden zijn 0.4 – 0.2 of nog lager.
Vlaswol: Nagroeibaar en biologisch afbreekbaar isolatiemateriaal.
Warmteweerstand van een wand: (R in m²k/W): Eigenschap van een wand (muur, dak, vloer, schrijnwerk) die aangeeft hoe goed die wand warmte of koude tegenhoudt. Goede R-waarden voor wanden zijn 2.5 - 5 of nog hoger. De R-waarde is het omgekeerde van de U-waarde: R = 1/U of U = 1/R.
Weersafhankelijke regeling: regeling die de keteltemperatuur regelt in relatie met de buitentemperatuur. Hoe lager de buitentemperatuur, hoe hoger de keteltemperatuur. De instellingen van de regeling worden gedaan volgens een ‘stooklijn’. Ook de temperatuur van het distributiewater voor vloerverwarming wordt meestal weersafhankelijk geregeld.
Zelfregelend (raam)rooster: toevoerrooster dat boven het raam geplaatst wordt en dat zo ontworpen werd dat bij een toename van windsterkte de toegevoerde hoeveelheid lucht toch dezelfde blijft.